11. Razzia Tewerkstelling Rees

2 december 1944

Marktplein

Op  2 oktober 1944 vond de eerste grote razzia in Apeldoorn plaats. Ongeveer vierduizend mannen worden voor dwangarbeid weggevoerd richting de IJssel om daar verdedigingswerken mee aan te leggen. De meesten van hen zijn echter na een week of vier al weer terug in Apeldoorn. Maar de behoefte van de bezetter aan arbeidskrachten blijft onverminderd groot. Daarom organiseren de Duitsers in de vroege ochtend van 2 december 1944 een tweede grote razzia.

Klik hier voor het hele verhaal

Pogingen begin november om via oproepen nieuwe arbeidskrachten te werven mislukten. Daarom besloten de Duitsers opnieuw een razzia te houden op 2 december. Weer gingen hier executies aan vooraf: twaalf verzetsstrijders en een geallieerde vliegenier werden doodgeschoten bij de Willem III kazerne. Daarna werden in de vroege ochtend, beginnende in de buitengebieden van Apeldoorn, in totaal circa 11.000 mannen en jonge jongens opgepakt en wederom afgevoerd naar de markt te Apeldoorn. Daar werden er ruwweg 4500 geselecteerd en vervolgens vastgehouden op het Marktplein, in het postkantoor, in de bioscoop ‘Centraal’ of in de meester Blitsschool gelegen op de hoek Kanaalstraat / Stationsstraat.

De eerste mannen die waren opgepakt stonden al om 6.00 uur op het Marktplein. Vervolgens werden ze in groepen lopend afgevoerd naar het NS-station. Daar stonden die avond twee treinen te wachten om de 4500 mannen af te voeren richting Duitsland en de IJssellinie, hetzij Elten, hetzij Zevenaar. De eerste trein vertrok tegen 20.00 uur. Deze is in de ochtend van 3 december beschoten door Engelse jachtbommenwerpers bij Werth, in de buurt van Bocholt. Daarbij kwamen tenminste 19 dwangarbeiders om het leven en vielen er veel gewonden. De tweede trein kwam met veel vertraging aan in Elten. Op 5 december werd de groep gevangenen gesplitst naar leeftijd: 40 jaar of ouder bleef in Elten (of Zevenaar); de meesten van deze groep konden snel weer naar huis. De jongeren gingen lopend, via Emmerich, naarkamp Rees, waar ze ’s avonds laat aankwamen.

Kamp Rees bestond van december 1944 tot maart 1945. In dit kamp hebben dwangarbeiders gezeten uit onder andere: Haarlem, Den Haag, Rotterdam, Delft, Leiden, Scheveningen en Apeldoorn. In het kamp werden ook krijgsgevangenen vastgehouden afkomstig uit onder andere Rusland, Polen, Frankrijk en Italië. Kamp Rees was ingericht in een oude dakpannenfabriek met open loodsen, een grote tent en een paar bijgebouwen. De open loodsen en de tent dienden als huisvesting. Er was geen sanitair, pas later een paar primitieve latrines, geen licht en verwarming, te weinig kleding en nauwelijks voedsel. In dit kamp en dat in het nabijgelegen Bienen waren mannen uit heel Nederland ondergebracht, onder wie ongeveer 850 Apeldoorners.

Alle dagen van de week moesten de dwangarbeiders graven aan kilometerslange tankgrachten van minimaal twee meter diep, bedoeld om de geallieerde opmars tegen te houden. Zelfs voor mensen die gewend waren aan zware arbeid, was dit niet vol te houden. Het werk ging door onder alle weersomstandigheden, regen, sneeuw, vorst, terwijl bijna niemand beschikte over enigszins beschermende kleding. Schoeisel ging al gauw kapot in de zware klei. De behandeling door de kampleiding was zeer slecht: er waren speciale ranselhokken en voor het minste of geringste werd het weinige voedsel dat je kreeg ingehouden.

Er zijn diverse succesvolle vluchtacties georganiseerd door het verzet in nabijgelegen Nederlandse dorpen. Ook is een aantal mannen zelfstandig uit het kamp gevlucht. Geschat wordt dat het gaat om 1700 ontsnapte dwangarbeiders. Degenen die in Rees bleven, kregen het steeds moeilijker. Er was een verschrikkelijke luizenplaag en ziekten grepen om zich heen. Pas na weken kwam er een piepkleine ziekenboeg met slechts vier verplegers en veel te weinig middelen. Vanaf januari 1945 stierven dagelijks negen mannen per dag. Tot 25 maart 1945 zijn 247 doden geregistreerd. Op die dag is het kamp bevrijd door de Schotten: de meeste Apeldoorners hadden kamp Rees toen al verlaten.

de beschieting van de trein bij Werth en de ontberingen in kamp Rees hebben in totaal aan 79 Apeldoorners het leven gekost.