2 oktober 1944

05-02-1917
02-10-1944
Vliegerlaan 38
Hans Wijma is lid van de verzetsgroep “Vrije Groep Narda”. Op zondag 1 oktober 1944 rijdt de SD met een auto door Apeldoorn om leden van de verzetsgroep op te pakken. Door verraad van een van de eigen leden, Willem L’Ecluse, had de SD alle adressen van de verzetsgroep in handen gekregen.
Klik hier voor het hele verhaal
Wijma woont aan de Vliegerlaan 38. Op de avond van 1 oktober staan de Duitse soldaten voor de deur. Wijma is boven en begrijpt dat ze voor hem komen. Hij weet zich snel te verstoppen in een schuilplek achter een kast. De Duitsers doorzoeken zijn huis, maar kunnen hem niet vinden. Onder het dreigement dat ze zijn ouders zullen doodschieten komt hij tevoorschijn.
Wijma is handig in elektrotechniek en heeft een radio gebouwd waarmee hij verbinding houdt met andere verzetsgroepen en met de geallieerden. Radio’s zijn strikt verboden door de Duisters. De radio zit verstopt in een geheime kamer. In de klerenkast in een slaapkamer zit achter de kleding een geheime deur die aan de buitenkant niet is te zien. Als je aan een touwtje trekt gaat de deur open en zit er een verborgen kamer achter waar hij zichzelf ook kan verstoppen als dat nodig is.
Het is niet precies bekend hoe Wijma in het Apeldoorns verzet is terecht gekomen, maar bekend is wel dat hij zichzelf eerst heeft moeten bewijzen om in de verzetsgroep te worden opgenomen, omdat hij in Duitsland is opgegroeid en zijn vrouw van Duitse komaf is. Hij kreeg eerst wat minder belangrijke klusjes te doen en na een tijdje zien ze dat hij te vertrouwen was. Vervolgens wordt hij opgenomen in de verzetsgroep van Narda van Terwisga. Deze verzetsgroep houdt zich bezig met het helpen van joden, het onderbrengen van onderduikers, hulp aan neergekomen geallieerde piloten en het namaken van persoonsbewijzen.
Wijma wordt samen met andere leden van de verzetsgroep meegenomen naar het hoofdkwartier van de SD aan de Van Rhemenslaan. Een kwartier nadat hij is opgepakt klopt Joop Bitter, ook een lid van de verzetsgroep, aan de deur om hem te waarschuwen, maar is te laat. De Duitsers hebben bij Bitter thuis zijn moeder Juliana Bitter en twee ondergedoken geallieerde vliegeniers opgepakt.
Maandagmorgen 2 oktober 1944 worden Wijma, vijf andere verzetsstrijders van de “Vrije Groep Narda” en de twee geallieerde vliegeniers per vrachtauto overgebracht van de van Rhemenslaan naar het Apeldoornsche Bosch. Bij aankomst staat het executiepeloton al gereed. Ze worden op een rij geplaatst als Jan Barendsen zijn jas losknoopt en het Wilhelmus aanheft dat door de anderen wordt overgenomen. Ze worden doodgeschoten terwijl ze het volkslied van Nederland zingen.
Ter waarschuwing en afschrikking voor de bevolking worden de lichamen op verschillende straathoeken in Apeldoorn neergelegd. Bij ieder lichaam wordt een bord geplaatst met het opschrift “Terrorist”. Ze zijn daar drie tot vier dagen blijven liggen. Wijma wordt neergelegd bij de Deventerstraat, bij De Tol.

De Tol.
Op 5 februari 1917 wordt Hans Wijma geboren in Friesland. Zijn moeder sterft als hij nog maar 1,5 jaar oud is. Als hij ongeveer 7 jaar oud is sterft ook zijn vader. Tot zijn 12e woont hij bij verschillende pleeggezinnen in huis op verschillende plekken in Nederland waarna hij naar een kostschool wordt gestuurd in Juist. Juist is een Duits Waddeneiland waar hij naar een Duitse kostschool gaat. Een paar maanden voor zijn eindexamen wordt de school gesloten door de regering, omdat de school niet meer past bij de ideeën van Hitler.
Hans Wijma wordt tijdens zijn diensttijd in Amersfoort gelegerd. In deze periode leert hij op een feestje zijn vrouw Else Knapp kennen. In mei 1940 breekt de 2e wereldoorlog uit. Ze trouwen tijdens de oorlog in 1941 in Haarlem en krijgen in 1942 een zoontje, Ronald. Ze gaan in Apeldoorn wonen en Wijma gaat werken in de slotenfabriek van zijn schoonvader.