Op 21 juni 1944 vliegt Kenneth Ingram samen met zeven andere bemanningsleden in hun Lancaster LL 840 ‘M’ van het 50ste squadron van de RAF terug van een succesvolle missie naar het Ruhrgebied in Duitsland. Ze hebben een bombardement uitgevoerd op synthetische benzine producerende fabrieken. Een kwartier na de aanval wordt de Lancaster getroffen door de projectielen van een Duits jachtvliegtuig. Tien minuten lang probeert de piloot het toestel weer onder controle te krijgen, maar het verliest te veel hoogte en stort neer in het Oenerbroek bij Epe.
Klik hier voor het hele verhaal
Twee bemanningsleden komen om en zes anderen weten zich met hun parachute te redden. Drie worden uiteindelijk krijgsgevangen gemaakt en de andere drie, waaronder Ingram, worden door verzetsmensen ondergebracht in Apeldoorn. Eerst bij familie De Vries aan de Frisolaan daarna bij mevrouw Juliana Bitter aan de Jachtlaan 134.
Op 30 september wordt het onderduikadres van mevrouw Bitter verraden aan de Duitsers. Naast mevrouw Bitter en haar zoon Joop worden ook twee ondergedoken geallieerde vliegeniers waaronder Ingram opgepakt. Ze worden overgebracht naar het SD hoofdkwartier aan de Van Rhemenslaan 7 aan het Oranjepark.
Maandagmorgen 2 oktober 1944 worden Ingram, zes verzetsstrijders van de “Vrije Groep Narda” en Robert Zercher een andere geallieerde vliegenier per vrachtauto overgebracht van de van Rhemenslaan naar het Apeldoornsche Bosch. Bij aankomst staat het executiepeloton al gereed. Ze worden op een rij geplaatst als Jan Barendsen zijn jas losknoopt en het Wilhelmus aanheft dat door de anderen wordt overgenomen. Ze worden doodgeschoten terwijl het volkslied van Nederland wordt gezongen.
Ter waarschuwing en afschrikking voor de bevolking worden de lichamen op verschillende straathoeken in Apeldoorn neergelegd. Bij ieder lichaam wordt een bord geplaatst met het opschrift “Terrorist”. Ze zijn daar drie tot vier dagen blijven liggen. Kenneth Ingram wordt neergelegd bij de Deventerstraat, bij de brug.
Deventerstraat, Deventerbrug.
Kenneth Herschell Callender Ingram wordt geboren op 14 februari 1923. Hij verliest al op 4-jarige leeftijd zijn moeder. Zijn vader met wie hij een sterke band heeft, is tot die tijd apotheker, maar koopt nadien een klein hotel in Fratton, dichtbij Portsmouth. Hij beheert dit samen met Mr en Mrs. Mills. Kenneth en zijn vader wonen geruime tijd in dit hotel waar Mrs. Mills als een tweede moeder voor hem is. De familie Mills heeft een dochter en een zoon van Kenneths leeftijd; de zoon is, enkele weken voor Ingrams’ dood, in september 1944, gesneuveld.