Klik hier voor het hele verhaal
De commandant van de SD Dienststelle Apeldoorn, Hauptsturmfűhrer Gerbig, krijgt het bevel om tegenstanders van de Duitsers op te pakken en de Todeskandidaten te executeren. Ze beschikken over een lijst met namen en adressen van het verzet verkregen uit onder andere de arrestaties in Ermelo. Gerbig en Sturmscharfűhrer Roald Ohmstedt stellen samen een arrestatieplan op. Vanaf 1 april, 1e Paasdag, zullen nog diverse arrestaties plaatsvinden.
Op 12 april geeft Schöngarth vanuit Zwolle het bevel om de betreffende gevangenen daadwerkelijk te executeren. Gerbig wordt belast met de uitvoer van dit bevel en geeft Ohmstedt opdracht om de executies uit te voeren. Dezelfde dag nog beveelt Ohmstedt een aantal SD-ers op het hoofdkwartier aan de van Rhemenslaan om naar de Willem III kazerne te rijden. Ohmstedt rijdt zelf op zijn eigen motor mee.
Op de kazerne selecteren ze een eerste groep van zes gevangenen. Het zijn vader en zoon Arendsen, Hendrik Klein, Barend Jan Antonie Huygen, Nicolaas van Zand en Gerrit Hilberink. Ze duwen de zes mannen in de klaarstaande auto’s en rijden via de J.C. Wilslaan in de richting van de Amersfoortseweg. Bij de Soerenseweg slaan ze linksaf richting Hoog Soeren. Dit is spergebied, omdat zich hier in de bossen het munitiekamp “Mia” bevindt. Enkele gevangenen vragen wat er met hen gaat gebeuren. Verhulsdock antwoordt: “Jullie zullen in het munitiekamp worden tewerkgesteld en daarna vrijgelaten.” Dat zou kunnen kloppen, want er zijn een paar schoppen meegenomen……..
In het munitiekamp aangekomen overlegt Ohmstedt met de commandant van het munitiekamp over de meest geschikte executieplaats. De auto’s rijden daarop een stukje verder en stoppen op de plek waar een zandpad de bossen invoert. Deze plek, een laagte tussen twee heuvels, is het Kruisjesdal. De zes gevangenen stappen uit en worden opgesteld bij een lege munitieput of loopgraaf, een sleuf van ongeveer één meter diep en vijftien meter lang.
Als ze daar staan deelt Anton Touseul hen mee dat ze worden geëxecuteerd wegens “terrorisme en verboden wapenbezit”. Omdat het Duitse leger al grotendeels is weggetrokken moet het SD Einsatzkommando, aangevuld met Duitse SS-ers, nu zelf de executies uitvoeren. Het 12-koppige executiepeloton onder bevel van Ohmstedt, stelt zich op voor de gevangenen waarna Ohmstedt het bevel tot vuren geeft.
De SD-ers rijden terug naar de Willem III kazerne om de volgende zes Todeskandidaten op te halen. De achtergebleven SD-ers pakken de schoppen en bedekken de lijken met aarde en bladeren. Als de tweede groep arriveert is er geen spoor meer te bekennen van de executie.
Deze groep bestaat uit vader en zoon Gosker, Albert Huidekoper, Jan Boltje, Jan Scherpenzeel en Reinder Mulder. Mulder is nog maar net gearresteerd. Opnieuw worden de gevangenen naar de munitieloopgraaf geleid en opnieuw deelt Touseul het vonnis mee. Eén van de gevangenen vraagt hem nog of hij een boodschap aan zijn vrouw wil doorgeven: “Of ze goed voor de kinderen zou zorgen”. Ook verzoekt hij om te mogen knielen om voor hem en de anderen een gebed te zeggen. Dat verzoek wordt geweigerd. Ohmstedt geeft weer het bevel tot schieten.
In de vroege ochtend van 13 april rijden de SD-auto’s weer door Apeldoorn. Ze hebben haast, want de Canadezen hebben inmiddels Twello al bereikt. Ze willen de laatste namen op de lijst nog oppakken voordat ze zelf moeten vluchten. Ze arresteren Jan Miebies, Anton van Velsen, Johannes Voordewind en Henk Beenen. De Willem III kazerne is al ontruimd waardoor deze arrestanten op de SD Dienststelle aan de Van Rhemenslaan worden vastgehouden.
In de loop van die dag wordt het ook de SD te heet onder de voeten en besluiten ze zich terug te trekken in de richting van de Amersfoortseweg. In de middag worden de gearresteerden door de achtergebleven SD-ers naar dezelfde executieplaats in het Kruisjesdal gereden. De executie verloopt net zo als de vorige dag. De Nederlandse SD-er, Anton Touseul, die de vorige dag het vonnis uitsprak, is er nu niet bij. Hij is al gevlucht. Zaterdag 14 april vluchten ook de laatste SD-ers richting Amersfoort.
16 april 1945, slechts enkele dagen na deze executies, wordt Apeldoorn bevrijd. De Willem III kazerne gaat open en de overgebleven gevangenen komen vrij, maar de 16 geëxecuteerde mannen blijven zoek. Het enige dat de ongeruste familieleden horen is dat er een paar dagen eerder een aantal gevangenen in auto’s zijn afgevoerd. Wekenlang leeft familie in onzekerheid, totdat op 23 mei, vijf weken na de bevrijding van Apeldoorn, de executieplaats met de lichamen wordt gevonden. De meeste van de mannen worden een week later op de begraafplaats Heidehof begraven.
Betrokken SD-ers bij de executies zijn Dirckx, Frankenstein, Touseul, Gerbig, Veit, Ohmstedt, Verhulsdonk, Holbeck, Ostkop, Holm, Neubscher en Van den Bosch.
Na de executies vlucht de SD Dienststelle eerst naar Den Haag om via Delft in Schoonhoven uit te komen. Gerbig, Ohmstedt, Wiggers en Frankenstein zijn in Nederland berecht, De Belgen zijn aan België uitgeleverd. Fielitz is aan het Oostfront gestorven.