Meinarda van Terwisga geeft les in typen en stenografie. In 1943 richt ze de verzetsgroep “Vrije Groep Narda” op. De groep helpt neergeschoten geallieerde vliegtuigbemanningen onder te duiken, verbergt wapens, radiozenders en verzamelt inlichtingen over vliegvelden en spoorwegen. De gewapende tak overvalt distributiekantoren en pleegt sabotageacties.
Klik hier voor het hele verhaal
Op 29 september 1944 wordt de “Vrije Groep Narda” verraden door de 24-jarige Willem l’Ecluse. Hij is een van haar leerlingen en door zijn verhalen over wat hij allemaal heeft gedaan bij het verzet in Amsterdam wordt hij langzaam opgenomen in de verzetsgroep. Hij doet een aantal klussen, maar men begint hem te wantrouwen als tijdens een overleg een vreemde aan de deur komt en naar l’Ecluse vraagt. Het adres is alleen bij de groep bekend…. l’Ecluse krijgt geen klussen meer.
Voor 250 gulden verraadt hij de “Vrije Groep Narda”. Het geld wordt uitbetaalt door SD-er Veit. Hij speelt alle namen en adressen door aan de Sicherheitsdienst. De SD zet een val op in het huis van Van Terwisga aan de Paul Krugerstraat. De SD doet een inval en vinden er wapens en munitie. Een groot aantal verzetsmensen van de groep wordt gearresteerd.
Op het moment van de inval bij Terwisga komt koerierster Nel van de Bosch net aanlopen met illegale krantjes. Van schrik gooit ze de krantjes in een heg. Ze vertelt het aan bakker Kleuver van de Schuttersweg, waar veel Apeldoorners de geheime radio komen luisteren op de meelzolder. Hij haalt samen met een vriend snel de krantjes weg.
Als eerste wordt Jan Schut opgepakt; hij heeft informatie over een wapentransport bij zich, belastende papieren en een revolver op zak. G. de Vries belt aan en wordt opgepakt vanwege een vals fietspapier. Maar goed dat de SD niets weet van zijn pilotenhulpactiviteiten. Daarna belt Maarten Kleekamp aan (het huis van Kleekamp is het hoofdkwartier van de OD) om te vertellen dat Jan Barendsen (commandant van de OD Apeldoorn) haar wil spreken op Marialust. Het zoontje van Reinier van Gerrevink brengt een illegaal krantje langs waardoor de SD gelijk bij Van Gerrevink huiszoeking doet. Ook Hans Wijma wordt gearresteerd.
Alle opgepakten worden vastgehouden in de keuken van de Dienststelle van de SD aan de Van Rhemenslaan en daar verhoord. ’s Avonds worden ze overgebracht naar de Willem III kazerne. Diezelfde avond beveelt SS Hauptsturmführer Fielitz dat Veit, Dirckxs en Chantraine om de volgende dag om 5 uur klaar te staan. Ze rijden dan naar de Willem III kazerne om de gevangenen op te halen. De witte borden met het woord “TERRORIST” liggen al geschreven klaar in de auto.
Als de SD-ers aankomen bij de Willem III kazerne worden de zes opgepakte mannen van de verzetsgroep “Vrije Groep Narda” en twee geallieerde vliegtuigbemanningsleden in de wagen geladen en overgebracht naar het Apeldoornsche Bosch. Daar is een SS compagnie gelegerd die de soldaten voor het executiepeloton leveren.
De verzetsmannen zijn: Wim Aalders, Jan Barendsen, Reinier van Gerrevink Wim Karreman, Jan Schut, Hans Wijma. De twee geallieerde vliegeniers zijn Kenneth Ingram en Robert Zercher. Zij zijn ondergedoken bij Juliana Bitter. Vroeg in de ochtend worden ze, terwijl ze het Nederlandse volkslied zingen, zonder enige vorm van proces geëxecuteerd. Ingram salueert onder de woorden: “God save the king”.
Ter waarschuwing voor en afschrikking van de Apeldoornse bevolking worden de lichamen op verschillende straathoeken in Apeldoorn neergelegd. Bij ieder lichaam ligt een bord met het opschrift “Terrorist”. De acht mannen blijven drie tot vier dagen op straat liggen.
Narda van Terwisga en Juliana Bitter worden samen gedeporteerd naar kamp Ravensbrück, 80 kilometer ten noorden van Berlijn. Ravensbrück is berucht om de zware dwangarbeid, de afschuwelijke leefomstandigheden en de moordpartijen. Bijna 100.000 gevangenen overleven dat kamp niet. Bitter overleeft het kamp ook niet en laat aan Van Terwisga weten: “Als ik dit hier niet overleef, laat mijn kinderen dan weten dat ik geen spijt heb van wat ik ook voor hun vrijheid heb gedaan”. Van Terwisga weet het kamp wel te overleven en keert terug naar Apeldoorn.
Van Terwisga is de dochter van Jan van Terwisga (1874-1958), onderwijzer, en Maria Susanna Scheers (1887-1950). Zij volgt een secretaresseopleiding en een opleiding voor lerares handelswetenschappen en machineschrijven. Tussen 1936 en 1941 werkt zij bij de onderwijsinspectie. In 1939 begint ze een instituut voor steno en machineschrijven en wordt lerares aan de Koningin Wilhelminaschool. Op 31 mei 1997 overlijdt ze in Apeldoorn.
Na de oorlog wordt Willem L’Ecluse ter dood veroordeeld, maar krijgt later gratie. Na 13 jaar gevangenschap wordt hij uiteindelijk vervroegd vrijgelaten en vestigt zich in Zutphen. Later emigreert hij naar Spanje.