In het zuiden van Nederland rukken de geallieerde troepen snel op. Op 23 september 1944 geven de Duitsers de opdracht aan het Gewestelijk Arbeidsbureau in Apeldoorn om mee te werken aan het ophalen van 4000 jongens en mannen voor het graven van schuttersputten en loopgraven bij de IJssel. Ze zullen voor ongeveer tien dagen te werk worden gesteld aan de IJssellinie. Het personeel van het Arbeidsbureau weigert en duikt onder.
Klik hier voor het hele verhaal
Een vooraankondiging in de Apeldoornsche Courant mislukt, omdat hoofdagent Hendrik Ouwejan van de Verzets Beweging Apeldoorn (VBA) de drukplaten steelt en zetsels vernielt. Er zijn gelukkig nog maar 7 exemplaren van de aankondiging gedrukt. Henk Wielinga, gekleed in marechaussee uniform, regelt buiten het verkeer.
Daarom maken de Duitsers middels aanplakbiljetten bekend dat op 30 september 1944 4000 mannelijke inwoners zich moeten melden bij het slachthuis. Die zaterdag komen minder dan 50 man opdagen. Een enorm fiasco en prestigeverlies voor de Ortskommandant. Wellicht ook omdat in september 1944 rijkscommissaris Seyss Inquart zijn hoofdkwartier heeft gevestigd in Apeldoorn. De Ortskommandant zint op een represaillemaatregel.
De verzetsgroep tracht ook nog de aanplakbiljetten te verwijderen. Daarbij wordt Arend Smit betrapt bij de Grote Kerk en opgebracht naar het politiebureau. Hij wordt bevrijd door de politie agenten Ouwejan en Hommels. Hommels wordt om die reden door de politie gezocht. Door verraad van Lulofs wordt Smit alsnog gearresteerd en gedeporteerd naar het kamp Schwerin. Tijdens de oorlog helpt Smit rond de 100 Joden onder te laten duiken. Allen overleefden de oorlog. Arend Smit overlijdt alsnog op 5 juni 1945 door de ontberingen in het kamp.
Op 29 september 1944 wordt de verzetsgroep “Vrije Groep Narda” door een van de eigen leden, de 24-jarige Willem l’Ecluse, verraden. Zes leden van de verzetsgroep en twee geallieerde vliegeniers, die waren ondergedoken, worden opgepakt en naar het hoofdkwartier van de SD aan de Mr Van Rhemenslaan 7 gebracht.
In de nacht van zondag op maandag 2 oktober worden de acht mannen overgebracht naar het Apeldoornsche Bosch. Om vijf uur ’s ochtends worden ze zonder vorm van proces geëxecuteerd. De verzetsmannen zijn: Wim Aalders, Jan Barendsen, Reinier van Gerrevink, Wim Karreman, Jan Schut, Hans Wijma en de beide vliegers, Kenneth Ingram en Robert Zercher. Als waarschuwing en afschrikking worden hun lichamen op verschillende straathoeken in Apeldoorn neergelegd. Bij ieder lichaam wordt een bord geplaatst met het opschrift “Terrorist”. Ze blijven daar drie tot vier dagen liggen.
Diezelfde dag wordt Apeldoorn omsingeld en roepen geluidswagens om dat alle mannen tussen 16 en 55 jaar zich moeten melden op het Marktplein. De schrik zit er goed in en ongeveer 11.000 mannen melden zich aan. 4000 man lopen in lange rijen langs het Apeldoorns Kanaal naar de IJssellinie. Na ongeveer vijf weken keren de meesten weer huiswaarts.