Johan en zijn broer Gerrit Anema zitten in het verzet en zijn betrokken bij sabotageacties aan het spoor. Gerrit is als lid van een knokploeg betrokken bij het bevrijden van een grote groep gevangenen uit de Koepelgevangenis in Arnhem in juni 1944. In het voorjaar van 1943 weigert Johan als student aan de Landbouwhogeschool Wageningen de loyaliteitsverklaring te tekenen en hij duikt begin mei onder op een boerderij in het Friese Echten.
Klik hier voor het hele verhaal
Daar komt Johan Anema in contact met illegale werkers en sluit zich aan bij het gewapende verzet. Meerdere malen doet hij mee aan overvallen op distributiekantoren, zoals op 10 september 1943 in Sint Jansklooster met de knokploeg van Uilke Boonstra. Ook bevrijdt hij gevangen kameraden, blaast dorsmachines op om te voorkomen dat de oogst naar Duitsland gaat, saboteert spoorwegen en helpt en verbergt Engelse piloten. Als de Gestapo een premie van 80.000 gulden op zijn hoofd zet, besluit Anema Friesland te verlaten. Hij keert op 15 april 1944 terug naar Arnhem.
Vanuit Arnhem krijgt Anema contact met de Knokploeg van Koenraad in Apeldoorn en hij sluit zich bij hen aan onder de schuilnaam Karel Elzinga. Zo saboteert hij de spoorwegverbinding tussen Apeldoorn en Amersfoort, doet mee aan overvallen en is betrokken bij wapendroppings op heidegebied de Zesendertig Bunder bij Vierhouten en de Hertenkamp bij Vaassen.
Vanaf november 1944 werkt Anema mee aan een geheime zender en duikt onder bij radiotechnicus Gerrit Meerhof. Op 10 januari 1945 valt de SD de woning binnen. Dat is vlak voor een geplande verplaatsing van de zender. Ze vinden de zender en arresteren Anema, die in het bezit is van een vervalst persoonsbewijs, Gerrit Meerhof, zijn vrouw Dina Oosterman en nog een ondergedoken verzetsman Fred Meijer (marconist). Ook de koerierster Trijntje Krijger wordt gearresteerd.
Anema en Meerhof worden zwaar verhoord in de Willem III kazerne en belanden op 24 februari 1945 als ‘Todeskandidaten’ in gevangenis De Kruisberg in Doetinchem.
Op 2 maart 1945 worden Johan Anema en Gerrit Meerhof, samen met 44 andere mannen uit heel Nederland aan het Rademakersbroek bij Varsseveld in de Achterhoek geëxecuteerd. Hun dood is een represaille voor het ombrengen van vier Duitse militairen door verzetsgroep De Bark, die in de laatste oorlogswinter haar hoofdkwartier heeft in een boerderij in buurtschap De Heurne vlakbij Dinxperlo.