Tot september 1944 kunnen de Apeldoornse verzetsgroepen in betrekkelijke rust opereren: hulp aan onderduikers, gewapend verzet, overvallen op distributiekantoren en saboteren van spoorverbindingen. Joop Abbink speelt hierbij een grote rol. Ergens juni/juli 1943 legt hij de eerste contacten met de Landelijke Knok Ploegen (LKP) in Utrecht. In mei 1944 tijdens een overleg in Amsterdam wordt de knokploeg KP-Apeldoorn opgericht.
Klik hier voor het hele verhaal
Het verzet op de Veluwe concentreert zich rond de plaatsen Apeldoorn, Arnhem en Barneveld. Het ruige gebied is te klein voor een georganiseerde partizanenstrijd, maar leent zich goed voor wapendroppings en onderduikplaatsen voor het verzet. Er zijn weinig natuurlijke hindernissen zoals rivieren waardoor het relatief makkelijk en veilig is om in de bossen onder te duiken en waar nodig te vluchten. De droge grond maakt schuilplaatsen (half) in de grond mogelijk. Denk bijvoorbeeld aan Het Verscholen Dorp.
De verzetsgroepen opereren redelijk zelfstandig en staan los van de Orde Dienst (OD), Raad Van Verzet (RVV) en Landelijke hulp voor Onderduikers (LO). Later gaan de meeste verzetsgroepen op in de Landelijke Knokploegen (LKP) en daarna in de Binnenlandse Strijdkrachten (BS). Sommige leden van de OD sluiten zich ook aan. Waar nodig wordt samengewerkt bij het organiseren van bevrijdings- of sabotageacties.
In Apeldoorn zijn er meerdere verzetsgroepen actief die elkaar kennen, waar nodig samenwerken, maar toch liever zelfstandig blijven. 1 juli 1942 wordt de Nederlandse Arbeids Dienst (NAD) van groep Antoon Haksteeg met 50 man en 31 vrachtwagens overgeplaatst naar Apeldoorn. Bij de vorming van de KP-Apeldoorn werken ze nauw samen om wapens van droppings te distribueren. Contactpersoon tussen de NAD en KP-Apeldoorn is Jan Schut.
De Verzets Beweging Apeldoorn (VBA) van hoofdagent Hendrik Ouwejan houdt zich bezig met ongewapend verzet. Met de informatie die hij beroepsmatig verkrijgt kan hij tijdig mensen waarschuwen om onder te duiken. In november 1944 wordt Ouwejan verraden en gevangen gezet in de Willem III kazerne. Na de arrestatie van Ouwejan neemt Douwe Veenstra de leiding over. De KP-Apeldoorn is qua manschappen kleiner dan de VBA, en leent daarom nog wel eens verzetsstrijders in van de VBA. Als de KP-Apeldoorn en VBA opgaan in de Binnenlandse Strijdkrachten (BS) wordt Reinder Mulder commandant over het VBA-manschappen. Hendrik Ouwejan wordt overgebracht naar Neuengamme en komt via Waterstädt in kamp Ravensbrück terecht waar hij op 22 april 1945 overlijdt.
Een andere verzetsgroep is die van Geert Gosens met het hoofdkwartier aan de Zwolseweg 12 (nu Koninginnelaan) en later in Coldenhove bij Eerbeek. De GG-groep opereert landelijk en heeft een aantal gedeserteerde Oostenrijkse SS soldaten in haar gelederen. Gosens woont zelf aan de Molendwarsstraat 6. Als de Duitsers zijn huis binnenvallen vlucht hij in zijn ondergoed via het dak. De volgende ochtend neemt hij de Duitsers onder vuur als ze zijn auto’s uit de garage willen halen. De groep van Geert Gosens zit achter een aantal spraakmakende acties waaronder ook achter de onbedoelde aanslag op Rauter bij de Woeste Hoeve.
De KP-Apeldoorn ontstaat ergens in juni/juli 1943 in Utrecht tijdens een eerste overleg tussen de Apeldoorners Joop Abbink, Wim van der Mark en Cor van den Dool en de LKP. Via de LKP komt Abbink in contact met Lieuwke Scheepstra (schuilnaam Bob) en al gauw wordt Abbink zijn rechterhand. Scheepstra kent ook Piet Verburg (schuilnaam Rooie Piet) uit Zevenhuizen die samen met Hugo Nuis (schuilnaam Huug) uit Rotterdam en Adriaan Nagtegaal (schuilnaam Jen) uit Amstelhoek een KP willen beginnen. Abbink komt zelf in contact met Piet Niewold (schuilnaam Wiebe) een LO man die liever in het gewapend verzet gaat. In mei 1944 tijdens een overleg in Amsterdam wordt de KP-Apeldoorn bekrachtigd.
Kort na de landing van de geallieerden in Normandië wordt duidelijk dat de verzetsgroepen een belangrijke rol kunnen spelen bij het uitvoeren van verkenningen en sabotageacties. Met geheime zenderinstallaties wordt contact met Engeland gelegd en wapendroppings voorbereid. De orders uit Engeland lopen via de Landelijke Sabotage Commandant Jan van Beijnen (schuilnaam Frank) en er worden in Engeland opgeleide agenten naar Apeldoorn gestuurd. De KP-Apeldoorn gaat een belangrijke rol spelen in de wapendroppings en distributie daarvan.
De KP-Apeldoorn is in het begin nog niet erg succesvol met een aantal mislukte overvallen op distributiekantoren. Daarom wordt de KP-Apeldoorn uitgebreid met Cees Stoové (schuilnaam Ouwe Kees of Grote Kees), een brandstoffenhandelaar uit Soest die moet onderduiken op de Veluwe. Stoové wordt Gewestelijk Sabotage Commandant (GSC) van Oost-Nederland. Aan de kern van KP-Apeldoorn zijn dan ook al toegevoegd de broers Auke (schuilnaam Kees) en Klaas Zeilstra, Anne Hilbrink (schuilnaam (Wim Graafland) en Wim Roebeling (schuilnaam Annie). Commandopost wordt Sprengenweg 14, het ouderlijk huis van Van den Dool.
In de nacht van 28 op 29 augustus 1944 vinden op het veld Yew vlakbij het gehucht Gerven bij Putten de eerste wapendroppings plaats. Er worden ook grote hoeveelheden wapens en sabotagemiddelen gedropt op de Zesendertig Bunder bij Vierhouten en bij de Hertenkamp bij de jachtopzienerswoning te Vaassen. Onder leiding van Joop Abbink wordt de KP-Apeldoorn flink uitgebreid en opgesplitst in drie afdelingen met ieders een eigen commandant.
De wapens en sabotagemiddelen worden opgeslagen in een van de drie opslagcentra in Apeldoorn van o.a. kolenhandel Westhoff aan de Eendracht en het Biddemanspad. Ook worden wapens opgeslagen op het landgoed Laag Buurlo. Vandaar distribueert o.a. transportonderneming Streng de wapens en sabotagemiddelen naar de knokploegen in de rest van het land.
In september 1944 vindt bij Arnhem de grootste gecombineerde lucht- en landmachtoperatie van Europa, “Market Garden”, plaats. Rauter verplaatst de SD Dienstelle Antwerpen naar Apeldoorn om het verzet de kop in te drukken. Ze vormen een nieuw Einsatzkommando en vestigen zich in een villa aan de Van Rhemenslaan 7 bij het Oranjepark.
Kort na de komst van het Einsatzkommando krijgen ze met het verraad van de Apeldoornse verzetsgroep “Vrije Groep Narda” door Willem L’Ecluse eind september 1944 belangrijke informatie in handen over de wapendroppings en het verzet op de Veluwe. Door verraad van Leffert Nijenhuis komt de SD ook op het spoor van de broers Westhoff die in hun loodsen de wapens verbergen van de droppings. Chris wordt gearresteerd. Zijn in de Gunninglaan ondergedoken broer Theo wordt bij een vluchtpoging op 9 november 1944 doodgeschoten door SD-er Thonon.