
Willem III kazerne
Als vanaf 1 november 1944 SS Bataillon Helle eenmaal is gestationeerd in Nieuw Millingen en Meerveld duurt het nog geen twee weken of Unterscharführer Van de Wal stuit, via een bizarre klacht, per toeval op informatie dat zou leiden tot een kettingreactie aan arrestaties van kopstukken van het verzet.
Klik hier voor het hele verhaal
Op zaterdag 11 november 1944 wordt tussen Barneveld en Stroe een Duitse trein beschoten door de RAF. In de trein zit een groep Wehrmacht soldaten vergezeld van zogenaamde Blitzmädel. Terwijl de munitiewagons ontploffen vlucht het hele stel uit de trein en verschaft zich onderdak in café De Viersprong op de kruising van de weg van Apeldoorn naar Amersfoort en Uddel naar Garderen. Ze eten en drinken naar hartenlust echter zonder te betalen. En ze amuseren zich met elkaar in het stro. Na een paar dagen is de caféeigenaar het zat en vraagt hulp bij garage Zeegers. Die neemt contact op met het bataljon en dient een klacht in bij Hauptmann Hink. Van de Wal gaat er met een collega op af.
Het hele stel wordt in plukjes in voorbijkomende auto’s gezet en naar Apeldoorn gestuurd. Een van de Blitzmädel is in de haast van de vlucht uit de trein vergeten mee te nemen waar nog een behoorlijke som geld in zat. Zij doet haar beklag bij Van de Wal en ondanks de late melding onderzoekt hij de zaak. Hij rijdt naar het station van Stroe en daar valt hem de zenuwachtig ogende Jan Bakker op. Als hij Bakker aanspreekt antwoordt deze in onvervalst Amsterdams accent dat hij uit Renkum komt. Van de Wal vertrouwt dat niet, zeker niet als Bakker ook geen persoonsbewijs bij zich heeft. Hij arresteert Bakker die gelijk wegvlucht. Na een paar schoten boven zijn hoofd geeft hij zijn vlucht op.
Bakker wordt hardhandig meegenomen en bij het fouilleren vindt Van de Wal een briefje dat begint met “LKP” en is ondertekend met: “jouw vriend van de OD, Toon van Vliet”. Van de Wal brengt Bakker op naar Meerveld, onderweg gaat de hardhandige ondervraging en bedreigingen verder. Bakker slaat door en vertelt dat hij Gerard Oranje heet en zit ondergedoken in Kootwijkerbroek. In de gevonden brief staat dat hij onderdak kan krijgen bij bakker Wind in Stroe. Toon van Vliet werkt bij de “evacuatie” net als Tonny Kamphuis. Oranje vertelt dat Kamphuis ook illegale krantjes heeft.
In Kootwijkerbroek gaan Van de Wal en Hink verder op onderzoek uit naar Kamphuis. Ze vinden en arresteren Kamphuis die op zijn beurt een brief op zak heeft van ene Tonny. Kamphuis geeft aan dat dat een brief is van Ton Ansems. Van de Wal en Hauptmann Hink willen munt slaan uit hun arrestaties en brengen de zaak aan bij het SD Einsatzkommando in Apeldoorn. De SD begrijpt het belang van deze informatie en arrestaties en nemen de zaak over van Bataillon Helle.
In de vroege ochtend van 14 november 1944 rijdt Van de Wal samen met een aantal Hollandse SS-ers weer naar Kootwijkerbroek. Ditmaal om Ton Ansems te arresteren. Ansems zit ondergedoken bij boer Kattenbroek en wordt gearresteerd. In een van zijn handschoenen vinden ze een opgerolde blauw-geel-blauwe armband van de OD. Van de Wal is in euforiestemming, want hij beseft dat hij een belangrijke slag heeft geslagen. Ansems wordt gedwongen om op de fiets mee te gaan naar Meerveld. Onderweg wordt hij door de meegekomen SS-ers getrapt en geslagen. Als zijn fiets kapot gaat moet hij met de handen omhoog voorop rennen naar het station van Stroe. Daar aangekomen houden ze even halt en wordt Ansems in het gezicht geslagen. In Meerveld wordt Ansems zwaar mishandeld en slaat uiteindelijk door. Hij geeft de namen en adressen prijs die hij nog weet. Onder andere die van de familie Kleekamp, Hans Suyling, Piet van de Veluwe en Ted Kroeze.
Hans Suijling werkt op Radio Kootwijk en bouwt in de kelder van het zendstation twee illegale zenders. Als de zenders worden ontdekt is Suijling al samen met zijn gezin gevlucht en zit ondergedoken op een boerderij van de dames Van Beek en De Jong in Kootwijkerbroek. Suyling wordt gearresteerd en samen met Ansems gevangengezet in de Willem III kazerne.
Op 14 november 1944 wordt Ansems gedwongen om het adres van Berend Dijkman alias verzetsman “Piet van de Veluwe” aan te wijzen. Dijkman zat ondergedoken in een kamer achter de bakkerij van Harm Drost aan de Stationsstraat 40 in Ermelo. De SD besluit om Piet van de Veluwe alias Berend Dijkman te arresteren.
In de nacht van 14 op 15 november 1944 stoppen twee Duitse militaire auto’s bij de muziektent in Ermelo. Uit één ervan stapt de SD-er Verhulsdonk met o.a. Ton Ansems en enkele anderen de Stationsstraat in. Gedwongen wijst Ansems de bakkerij Drost aan. Naast Berend Dijkman (Piet van de Veluwe) worden de gedeserteerde Duitse officier Hauptmann Dr. Helmut Blümcke, Henk Drost, zijn vrouw en Johannes Balk opgepakt. Ook het gehele archief van Dijkman over het verzet valt in handen van de Duitsers. Ze worden allemaal overgebracht naar de Willem III kazerne. Uit het archief van Dijkman beseft de SD dat ze een belangrijke verzetsman hebben opgepakt.
Voor de oorlog is Berend Dijkman politieman in Ermelo, maar komt tijdens de oorlog al snel in verzet. Hij wordt opgepakt en krijgt 21 maanden gevangenisstraf. Als hij vrijkomt mag hij niet meer voor de politie werken en gaat verder in het verzet onder de schuilnaam Piet van de Veluwe. Hij bouwt de verzetsbeweging verder uit op de Veluwe. Onder zijn leiding ontstaan er districten in Kampen, Harderwijk, Voorthuizen. Ede en Apeldoorn. Als de organisatie te groot wordt plaatst hij de districten onder in een oostelijk en westelijk deel. Na zijn arrestatie blijft Dijkman gevangen in Apeldoorn en wordt goed behandeld door de SD. Ze denken dat ze nog veel informatie uit Dijkman kunnen krijgen. Vlak voor de bevrijding gaat Dijkman op transport naar Wierden. Op 29 maart 1945 wordt Berend Dijkman daar door de SD vermoord.
Uit het archief van Dijkman en verhoor van Ansems, die als jong student koeriersdienst doet voor de OD in Ede en daardoor ook bekend is met het hoofdkwartier van de OD aan de Van Hasseltlaan 5, arresteert de SD Paulus Kleekamp en zijn zoons Cornelis en Maarten. Vader en zoon Cornelis Kleekamp overlijden in Sandbostel. Maarten Kleekamp overlijdt in Bergen Belsen. Naast de familie Kleekamp wordt ook Ted Kroeze gearresteerd en gevangen gezet in de Willem III kazerne.
De Nederlandse regering in Londen wil dat de verschillende verzetsorganisaties in Nederland samengaan in de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten (NBS). In ieder geval de Landelijke Organisatie voor steun aan onderduikers (LO), de Landelijke Knokploegen (LKP), de Orde Dienst (OD) en de Raad van Verzet (RVV).
De benoeming van het commando van de NBS wil men formaliseren en er wordt een vergadering uitgeroepen. Op woensdag 22 november 1944 om 14.00 uur worden de kopstukken van het verzet verwacht in het gebouw van de Kamer van Koophandel (KvK) in Utrecht. Omdat het “kort dag” is worden bij hoge uitzondering de uitnodigingen op papier gezet en per koeriers verzonden.
Naar aanleiding van de informatie in het archief van Dijkman worden er meerdere invallen op adressen gedaan. Een van die adressen is de boerderij van Steven Boonzaaijer in De Klomp. Door een ongelukkige samenloop van omstandigheden wordt daar koerierster Lenie Mostert gepakt met de uitnodiging voor omgeving Veenendaal. Niet veel later loopt ook verzetsman Jaap Engelaan in de val als hij zich daar meldt.
Op basis van de informatie in de uitnodiging wordt de SD-er Verhulsdonck erbij gehaald. Nog diezelfde avond 21 november 1944 worden veel meer verzetsmensen opgepakt en uiteindelijk gevangen gezet in de Willem III kazerne.
Met de in handen gekregen uitnodiging is het voor de SD niet moeilijk om een val te zetten bij de KvK in Utrecht. Meerdere kopstukken van het Nederlandse verzet worden die dag om 14 uur opgepakt en gevangen gezet in de Willem III kazerne. Een paar verzetsmensen weten zich op de zolder te verstoppen en ontkomen. Verzetsmensen die iets later aan komen lopen zien de arrestaties gebeuren en ontkomen ook.
Er worden nu zoveel belangrijke kopstukken van het verzet in de Willem III kazerne gevangen gehouden die bij elkaar zoveel weten dat dat een groot risico vormt voor het verzet. Daarnaast blijkt ook Jan Thijssen, kopman van de Raad Van Verzet en een goede vriend van Van Bijnen daar gevangen te zitten. De Landelijke Sabotage Commandant (LSC) Jan van Bijnen (schuilnaam Frank) wil ze bevrijden. Hij vraagt Cees Stoové (schuilnaam Grote Kees of Ouwe Kees) een situatietekening te maken van de Willem III kazerne. Omdat Van Bijnen niet tevreden is met het resultaat wil hij de opdracht zelf uitvoeren.
De hele verkenningsactie wordt door Stoové afgeraden. Het is te gevaarlijk. Het wemelt er van de Duitsers. Stoové die dan ondergedoken zit bij Van Vloten Augustijn in Laag Buurlo en zich feitelijk al uit het verzet heeft teruggetrokken heeft waarschijnlijk helemaal geen tijd in een situatietekening gestoken. Van Bijnen besluit om zelf een verkenning uit te voeren en vraagt aan Samuel Esmeijer (schuilnaam Paul) om hem te helpen. Esmeijer heeft op dit vlak zijn sporen al ruimschoots verdiend in het Rotterdamse verzet bij de overval op het huis van bewaring, het hoofdbureau van politie en het distributiekantoor.
Op 28 november 1944 parkeert Huibert Verschoor zijn auto vlakbij AGOVV. Van Bijnen en Esmeijer lopen via de Polhoutlaan naar de Willem III kazerne.

De verkenning van Van Bijnen en Esmijer mislukt. Ze worden aangehouden door een Duitse patrouille. Een vuurgevecht volgt. Esmeijer wordt ter plekke doodgeschoten en Van Bijnen wordt neergeschoten en gevangen genomen.
De Duitsers vinden de situatieschets op Van Bijnen en begrijpen het belang om hem in leven te houden. Ze proberen hem nog op te lappen in de hoop om verdere cruciale informatie uit hem te krijgen. Maar Van Bijnen zwijgt. Een paar dagen later overlijdt hij aan zijn verwondingen.
Verschoor staat nog de wachten bij de Postweg (vlakbij AGOVV) als ook hij wordt opgepakt. Via kamp Amersfoort wordt Verschoor gedeporteerd naar Neuengamme. Op 14 april 1945 overlijdt hij in kamp Ravensbruck.
Lenie Mosterd, de koerierster met de uitnodiging voor de vergadering in de Kamer van Koophandel Utrecht, wordt ook gevangen gehouden in de Willem III kazerne. Ze wordt zo ziek dat ze samen met nog een andere zieke medegevangene wordt overgebracht naar het Julianaziekenhuis. Daar wordt ze door een brutale actie van de Apeldoornse GG groep (zie de onbedoelde aanslag op Rauter) door Geert Gosens, Sepp Köttinger en Herman Kempfer (die laatste zijn twee gedeserteerde Oostenrijkse waffen SS soldaten) bevrijd.
Over de personen
Jan van Bijnen
28 november 1944

Jan van Bijnen, schuilnaam Frank, is Landelijke Sabotage Commandant (LSC) van de Knokploegen. Kopstukken van het verzet zijn gevangen gezet in de Willem III kazerne. Ze moeten worden bevrijd.
Samuel Esmeijer
28 november 1944

Samuel Esmeijer, schuilnaam Paul, heeft voor de KP-Rotterdam al veel overvallen en bevrijdingsacties uitgevoerd. Samen met de Landelijke Sabotage Commandant Frank verkent hij de Willem III kazerne waar kopstukken van het verzet zijn gevangen genomen.
Huibert Verschoor
28 november 1944

Voor een verkenningsactie rijdt Huibert Verschoor de Landelijke Sabotage Commandant Frank en KP-Rotterdam lid Paul naar Apeldoorn. Vlakbij AGOVV wacht hij, nietsvermoedend, op hun terugkomst.